Nederlandse DC-regelingen: een vreemde eend in de bijt?

De laatste jaren zien we in Nederland meer en meer beschikbare premie regelingen[1] ontstaan (ook wel bekend als DC). De beweging naar DC is een stroomversnelling terecht gekomen doordat de afgenomen marktrentes hebben geleid tot hoge (en vaak onstabiele) premies voor uitkeringsovereenkomsten[2] (ook wel DB genoemd). Daarnaast zijn veel werkgevers niet gecharmeerd van de boekhoudkundige waardering van een DB-pensioenregeling en de impact hiervan op de balans en winst- en verliesrekening.

Maar hoe verhoudt de Nederlandse DC-markt zich nu tot de DC-markt in grote “DC-landen” als het Verenigd Koninkrijk (UK) en de Verenigde Staten (US)? En kunnen we hier vergelijkbare ontwikkelingen verwachten?

Recent heeft Willis Towers Watson een artikel gepubliceerd met een vergelijking van de DC markt in de UK en de US. Naar aanleiding van dit artikel hebben wij de DC markt in Nederland afgezet tegen deze landen.

De beweging richting DC startte in Nederland later dan in de UK en US en was in eerste instantie zeer geleidelijk. Vaak was er sprake van hybride tussenvormen: DB basis regeling met excedent DC regeling en CDC regelingen. Maar recent lijkt de overgang naar volledig DC echt door te gaan zetten.

Als we kijken naar het aantal deelnemers dat momenteel pensioen opbouwt in een DC-regeling dan is dat nog vrij beperkt ten opzichte de UK en US. Grote groepen Nederlandse werknemers vallen onder de (grote) verplichtstelling en nemen deel aan de pensioenregeling bij een bedrijfstakpensioenfonds. De basisregelingen bij bedrijfstakpensioenfondsen zijn overwegend DB-regelingen, overgang naar een DC-regeling wordt niet vaak als alternatief gezien. Door werkgevers die niet onder de (grote) verplichtstelling van een bedrijfstakpensioenfonds vallen wordt in toenemende mate gekozen voor een DC-regeling, als alternatief voor hun DB-regeling bij een verzekeraar of (eigen) pensioenfonds.

Hoe verhouden Nederlandse pensioenpremies zich tot het buitenland?

Een belangrijk verschil tussen Nederland en de UK en US is dat de meeste Nederlandse DC regelingen een leeftijdsafhankelijke pensioenpremie (staffel) hanteren, terwijl in de UK en (in mindere mate) de US vaker voor iedereen dezelfde premie (“flat rate”) van toepassing is. De huidige Nederlandse wetgeving beperkt de mogelijkheden voor een flat rate omdat de pensioenpremie dan op een relatief laag niveau vastgesteld moet worden (behorende bij één van de laagste leeftijdscohorten). Wel zien we een aantal ontwikkelingen in Nederland die er toe kunnen leiden dat flat rates meer gebruikelijk worden:

  • Het gebruik van zogeheten kostprijsstaffels die gebaseerd zijn op een lage rekenrente. Bij deze staffels liggen de premiepercentages voor de lagere leeftijden een stuk hoger en kan dus ook een hogere flat rate worden toegepast.
  • Onderdeel van de plannen voor de toekomst van het Nederlandse pensioenstelsel is het afschaffen van de “doorsneesystematiek” (op elke leeftijd dezelfde pensioenopbouw). Als dit doorgaat dan kan dit betekenen dat een flat rate DC regeling de nieuwe standaard wordt.

In onderstaande grafiek zijn de DC pensioenpremies (werkgevers- en werknemersbijdrage) in de UK, US en Nederland tegen elkaar afgezet[3]. Voor de UK en de US zijn we uitgegaan van de gemiddelde bijdrage zoals deze blijkt uit ons artikel. Voor Nederland is op totaalniveau uitgegaan van de gemiddelde premie voor DC-regelingen op basis van de WTW benchmark. Daarnaast is om inzicht te krijgen in de pensioenpremies op individueel niveau getoond welke bijdrage van toepassing zijn bij een fiscaal maximale 3% staffel en de fiscaal minimale franchise.

In de grafiek zien we het leeftijdsafhankelijke aspect, maar ook de impact van de franchise. In Nederland drukken we pensioenpremie uit als percentage van de pensioengrondslag. Dit is het pensioengevend salaris minus de franchise. De franchise wordt gebruikt omdat je in Nederland ook AOW krijgt en over een deel van het salaris dus geen pensioen hoeft op te bouwen. In de UK en US wordt geen gebruik gemaakt van een franchise[4]. Het gevolg van de toepassing van de franchise is dat voor werknemers met een hoger salaris een hoger percentage van het salaris wordt ingelegd dan voor werknemers met een lager salaris.

Op basis van de grafiek kunnen we voorzichtig concluderen dat de pensioenpremies in een beschikbare premieregeling in Nederland gemiddeld gezien niet hoger zijn dan in de UK en US.

Dit zegt natuurlijk niet alles. Omdat het staatspensioen kan verschillen, zegt deze grafiek niets over het niveau van het totale oudedagsinkomen.

Kanttekening hierbij is dat de getoonde premies uitsluitend betrekking hebben op de kapitaalopbouw, risicopremies en administratiekosten zijn buiten beschouwing gelaten.

Wel lijken de pensioenpremies in met name de US en (in mindere mate) de UK meer gelijk verdeeld tussen werkgever en werknemer. In Nederlandse DC regelingen is de bijdrage van de werkgever doorgaans een stuk hoger dan die van de werknemer, zeker voor hogere leeftijden. De introductie van meer flat rate regelingen zou potentieel tot een meer gelijkwaardige verdeling van werkgevers en werknemerslasten kunnen leiden. Op dit moment kan de werknemersbijdrage vaak ook niet veel hoger vastgesteld worden omdat de verhouding tussen werkgevers- en werknemersbijdrage op jonge leeftijden (als de totale premie laag is) dan scheef loopt.

Verplicht of niet?

Een ander verschil met de UK en US is dat in Nederland deelname aan de pensioenregeling van de werkgever in verreweg de meeste gevallen verplicht is. In de UK en US is het stimuleren van deelname aan de pensioenregeling dan ook een veel belangrijker onderdeel van de pensioenregeling. In de meeste Engelse en Amerikaanse pensioenregelingen is sprake van een matching principe: bovenop de basisbijdrage van de werkgever wordt de vrijwillige bijdrage van de werknemer, meestal 1-op-1, “gematcht” door de werkgever. Omdat in Nederland deelname verplicht is en ook de werknemersbijdrage meestal verplicht is, zijn dergelijke constructies hier niet gebruikelijk.

Hybride = hybride?

In Nederland wordt onder een hybride regeling doorgaans een regeling verstaan waarbij voor een deel van het salaris een DB regeling geldt en voor het overige salaris een DC regeling van toepassing is. Amerikaanse en Engelse hybride regelingen zijn beter te karakteriseren als DC regelingen waarin de beleggingskapitalen groeien met een vaste rekenrente. Dit is waarschijnlijk het best vergelijkbaar met Nederlandse DC regelingen op basis van een gegarandeerd kapitaal bij in leven zijn op de pensioendatum. Door de hoge kosten van garanties zijn dergelijke regelingen in Nederland vrijwel verdwenen in de afgelopen jaren.

Meer keuzevrijheid of meer communicatie?

In Nederland zien we dat er steeds meer opties aan deelnemers geboden worden: verschillende lifecycles[1], vrij beleggen in diverse fondsen en inkoop van een verzekerde annuïteit. Toch wordt er maar heel weinig gebruik gemaakt wordt van deze keuzemogelijkheden. Deelnemers kiezen vaak de default optie of beter gezegd kiezen niet. In de UK en US was dit voorheen ook zo, maar hier is nu een trend waar te nemen dat het aantal keuzemogelijkheden afgebouwd/gestroomlijnd wordt. Eenzelfde beweging kan naar onze mening verwacht worden voor NL.

Daarnaast menen werkgevers zowel in de US als de UK dat werknemers onvoldoende bewustzijn en betrokkenheid hebben bij pensioen. Er komt hierdoor steeds meer aandacht voor communicatie en nieuwe manieren van communicatie. Hetzelfde zien wij bij Nederlandse werkgevers.

Meer of minder beleggingsrisico?

De afbouw van risico’s in lifecycles in Nederland is meer vergelijkbaar met de UK dan de US. Dit wordt met name veroorzaakt doordat er zowel in de UK als Nederland wordt uitgegaan van de aankoop van een verzekerde levenslange pensioenuitkering (annuïteit) op pensioendatum. In de UK is het sinds 2015 niet meer verplicht om een annuïteit aan te kopen, maar dit is nog wel gebruikelijk.

De komende periode worden in Nederland als gevolg van de Wet verbeterde premieregeling de beschikbare lifecycles worden uitgebreid. Door de introductie van het variabel pensioen is er een alternatief voor de verzekerde vastgestelde annuïteit en kunnen er op latere leeftijd (en na de pensioendatum) meer risico’s genomen worden.

Toekomst

Of en in hoeverre het Nederlandse pensioenlandschap zich verder zal ontwikkelen richting het pensioenlandschap in de US en UK is mede afhankelijk van de keuze voor het toekomstige pensioenstelsel en de discussie over de doorsneesystematiek.
Op basis van de recente verkiezingsuitslag is een coalitie met een voorkeur voor een stelsel gebaseerd op persoonlijk pensioenvermogens waarschijnlijk. Bij overgang naar persoonlijke pensioenvermogens, in de basis een beschikbare premieregeling, kan de Nederlandse pensioenmarkt de stap maken van overwegend DB naar overwegend DC. Dit geldt in het bijzonder wanneer oude rechten worden omgezet (“ingevaren”). Ook afschaffing van de doorsneesystematiek kan op veel steun rekenen in de mogelijke coalities en zal het pad effenen voor meer flat rate DC regelingen. Hierbij moet opgemerkt worden dat door het hanteren van een franchise, er nog steeds geen echte flat rate ontstaat zoals we die kennen in de UK en US.

 

Onderstaande teksten zijn uitstapjes die in een kader bij het artikel geplaatst kunnen worden.

DB lijkt steeds meer op DC

DB-regelingen zijn de afgelopen jaren steeds minder zeker gebleken, door afgenomen buffers en verschuiving van risico’s van werkgevers naar werknemers. Een goed voorbeeld hiervan zijn de kortingen die verschillende pensioenfondsen hebben doorgevoerd. DC-regelingen zijn in dezelfde periode aanzienlijk verbeterd. De kosten zijn afgenomen en transparanter geworden en de kwaliteit van de communicatie is (o.a. met behulp van portals) toegenomen. Daarnaast is de fiscale ruimte voor hogere premies toegenomen en is de kwaliteit van de lifecycles toegenomen.

Het risico van de afstandsverklaring

In Nederland is deelname aan de pensioenregeling doorgaans verplicht. Waar we in het verleden in nog wel met enige regelmaat afstandsverklaringen van werknemers zagen, proberen pensioenuitvoerders de laatste jaren dit verschijnsel zoveel mogelijk uit te bannen. Het risico van een afstandsverklaring is dat een deelnemer of nabestaande toch later een pensioen claimt en aangeeft niet op de hoogte te zijn geweest van de (consequenties van de) afstandsverklaring. Een voorbeeld hiervan is een nabestaande die in 2013 met succes voor de rechter aanvocht dat handtekening op afstandsverklaring niet haar handtekening was en zodoende toch aanspraak op een nabestaandenpensioen maakte.

 

[1] Lifecycle: een beleggingsvorm waarin de risico’s automatisch worden afgebouwd naar mate de deelnemer ouder wordt.

[1] Pensioenregeling waarin de toezegging een bepaald niveau van premie is. De premies worden belegd en de deelnemer draagt de risico’s.

[2] Pensioenregeling waarin de toezegging een bepaald niveau van pensioen op de pensioendatum is. De deelnemer draagt minder risico’s zelf.

[3] De gemiddelde premie in de US en UK is gebaseerd op de pensioenregeling van de grootste 100 ondernemingen van beide landen, dit is niet representatief voor het gemiddelde van alle werknemers in de US en UK. Het gemiddelde van Nederland is gebaseerd op alle DC-regelingen in de WTW benchmark. Nederlandse werkgevers met een beperkt pensioenbudget kiezen vaker voor een premieovereenkomst.

[4] Het ontbreken van een franchise geldt alleen voor premieovereenkomsten. In uitkeringsovereenkomsten kan wel rekening worden gehouden met het staatspensioen.


 

Rianne de Vos is sinds 2009 werkzaam bij Willis Towers Watson en is lid van onze Service Line “Direct Verzekerde Regelingen”. Dit is de Willis Towers Watson expertisegroep in Nederland voor klanten met een direct verzekerde pensioenregeling.

Martin Jonk is sinds 2010 werkzaam bij Willis Towers Watson. Martin houdt zich voornamelijk bezig met advisering en certificering van pensioenfondsen en is daarnaast lid van de werkgroep ‘Vaktechniek Retirement Solutions’. Deze werkgroep is verantwoordelijk voor ontwikkeling van tools en guidances, met name met betrekking tot nieuwe en zich ontwikkelende wet- en regelgeving.

Categories: hybride regelingen, Nederlands, Pensioenen | Tags: , ,

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *