Toetsing risicohouding ondoenlijk? Zeker niet. Voorstellen voor een robuuste formulering van de risicohouding

risicohouding

In 2015 hebben pensioenfondsen op grond van het aangepaste financieel toetsingskader hun risicohouding vastgesteld. Nu, bijna drie jaar later, komt voor veel fondsen de herijking van die risicohouding aan de orde. Op dat moment behoren ook de bijbehorende beleidsuitgangspunten opnieuw te worden getoetst. Door de financiële positie waarin fondsen zich nu bevinden, kan dat bijna ondoenlijk lijken.

Verwachtingsmanagement en duidelijke afspraken tussen fonds en sociale partners zijn van groot belang. Artikel 102a van de Pensioenwet regelt daarom de risicohouding: de afspraak tussen sociale partners en de uitvoerder omtrent het risico dat gelopen mag en kan worden. Hierover is de afgelopen jaren al veel gezegd en geschreven, maar hoe stelt u nu een goede risicohouding, met bijbehorende beleidsuitgangspunten vast? Willis Towers Watson heeft hiervoor, mede gebaseerd op onze ruime praktijkervaring in de afgelopen jaren, een aanpak ontwikkeld die leidt tot een robuuste vaststelling van de risicohouding in een dynamische omgeving. In deze blog gaan we daarop in aan de hand van 6 stellingen.

1. Accepteer op voorhand dat het mis kan gaan: maak afspraken vanuit een vast punt

Het is een jaarlijks terugkerend ritueel: het bepalen van de vakantiebestemming. Ieder heeft zo zijn eigen wensen, maar hoog op de meeste lijstjes staat toch wel: “zonnig”. Na dagen speurwerk, online vergelijkingen, de nodige compromissen en een advies van de reisorganisatie rolt er een locatie uit de bus met een hoge kans op zon – geheel naar ieders wens dus. Maar eenmaal op locatie aangekomen blijkt het keihard te regenen. U belt woedend met de reisorganisatie: “Ja, hoor eens. Dit was niet afgesproken, ik wil mijn geld terug!”.

In de praktijk zien we dat rond de afgesproken risicohouding tussen fonds en sociale partners precies zo’n situatie kan ontstaan. Voor het maximaal te nemen risico is bijvoorbeeld het beleidsuitgangspunt overeengekomen dat de kans op korten niet méér mag bedragen dan 10% in een ALM-omgeving. Probleem: dit is per 1 januari 2015 vastgesteld. Inmiddels kan de dekkingsgraad lager zijn, of kan een fonds zelfs al enkele jaren in dekkingstekort verkeren. De kans op korten is dan ondertussen navenant toegenomen en kan veel hoger dan 10% zijn geworden. En dat allemaal zonder dat het fondsbestuur besloten heeft meer risico te nemen dan afgesproken. Toch kan de conclusie niet anders zijn dan dat niet meer kan worden voldaan aan dit beleidsuitgangspunt. Moet dan in het verlengde hiervan ook worden geconstateerd dat sociale partners een hogere kortingskans acceptabel achten? Moet u, omdat het regent, ook uw houding ten aanzien van het regenrisico aanpassen?

Wij zijn van mening dat aanpassing van de beleidsuitgangspunten ten gevolge van de ontwikkeling van de financiële positie ten eerste geen recht doet aan de bedoeling van het fenomeen, namelijk de toetsing van beleid aan een in beginsel bestendige set van eigen criteria, maar ten tweede die toetsing ook tandeloos zou kunnen maken. In onze benadering wordt dit voorkomen door het beleidsuitgangspunt robuust te maken en te koppelen aan een bepaalde financiële uitgangspositie, in plaats van aan de volatiele werkelijkheid. Pas dan heeft u een middel in handen om robuuste afspraken te maken over het te nemen risico en kan ook beter getoetst worden of het bestuur zich aan de afspraak houdt.

2. Een scala aan risico’s moet worden bekeken voor het benodigde inzicht

Neerwaarts risico, opwaarts potentieel, kans op korten, diepte van korten, slechtweerscenario’s, volatiliteit. Over het algemeen nogal abstracte begrippen en buitengewoon ingewikkeld om een uitspraak over te doen in de zin van de maximale of minimale gewenste kansen daarop. Iedereen wil zoveel mogelijk opwaarts potentieel, met zo weinig mogelijk risico – ook in slecht weer – met een lage premie. Dat zijn de drie punten van de pensioendriehoek, en de realiteit is dat die punten communicerende vaten zijn. Verbetering van het ene aspect betekent per definitie een verslechtering van het andere. Dat betekent dat er afwegingen moeten worden gemaakt – en dat maakt het lastig om een concrete en haalbare opdracht te formuleren.

Naar onze mening dient een breed scala aan risicoprofielen te worden betrokken in de discussie om te komen tot het benodigde inzicht. Van nauwelijks, tot heel veel risico. Pas dan hebben partijen een goed inzicht in de potentie van het fonds en de risico’s die daarmee gepaard gaan. Het gaat daarbij niet om de finesses van de verschillende risicoprofielen, maar om de essentie ervan.

3. Niet alleen een bovengrens aan het risico, maar ook een ondergrens is noodzakelijk

Het is verleidelijk om bij het maken van afspraken over risico alleen aan te geven hoeveel risico er maximaal genomen mag worden. Bijvoorbeeld in de vorm van een kans op korten. Er is echter – als het goed is – een goede reden voor het nemen van het risico, namelijk een benodigd opwaarts potentieel. Om bijvoorbeeld die nagestreefde toeslagen te kunnen verlenen. Als die noodzaak (of de kans erop) er niet is, dan hoeft er ook geen risico genomen te worden. Als die noodzaak er wel is, dan is het goed om ook daarover afspraken te maken. Dus het minimaal noodzakelijke risico om het nagestreefde doel te bereiken. Dit geeft een bandbreedte voor het te nemen risico en maakt de opdracht van sociale partners aan het fonds compleet.

4. Bespreek de risico’s vanuit verschillende situaties

Zoals hiervoor gesteld pleiten wij ervoor om de beleidsuitgangspunten vast te stellen en af te spreken vanuit een vaste financiële uitgangspositie. Het is daarnaast ook van belang om te kijken naar de uitkomsten bij significant lagere en/of hogere dekkingsgraden. Dat geeft aan in hoeverre partijen anders aankijken tegen risico’s als de wereld er anders uit ziet. Als dat zo is, dan kan dat aanleiding en onderbouwing zijn voor een dynamisch beleggingsbeleid . Bovendien kan het een aanvullende toets zijn op de keuzes bij de initieel gebruikte financiële uitgangspositie.

5. De uitgangspunten omtrent risico dient u samen met sociale partners te bepalen

De introductie van het fenomeen risicohouding binnen de wetgeving heeft tot doel gehad het gesprek tussen fondsen en sociale partners over de opdrachtaanvaarding naar een hoger plan te brengen. Hoewel het onze indruk is dat de wettelijke eisen hieraan inderdaad hebben bijgedragen, is er op dit vlak nog veel te winnen. Het hoge abstractiegehalte maakt het lastig voor fondsbestuurders om de beleidsuitgangspunten intrinsiek tot onderwerp van discussie te maken. Dit geldt nog meer voor de partijen aan de CAO-tafel die verder van de materie af staan. Door de wetgeving hebben zij nu echter wel expliciet de verantwoordelijkheid om een “risico-opdracht” te geven aan de uitvoerder. Hen betrekken bij de totstandkoming van de beleidsuitgangspunten geeft waardevolle inzichten en onderling begrip, maar is bovendien essentieel om te komen tot een sluitende en door alle geledingen gedragen risicohouding.

6. Gebruik de beleidsuitgangspunten om de korte termijn risicohouding vast te stellen

Onderdeel van de risicohouding conform artikel 1a lid 2 van het besluit financieel toetsingskader is dat de risicohouding voor de korte termijn wordt uitgedrukt in het vereist eigen vermogen (VEV), of een bandbreedte daaromheen.

Door de risico’s te bediscussiëren met de sociale partners (stelling 5) vanuit een breed scala aan risicoprofielen (stelling 2) en daarbij af te spreken wat de onder- én bovengrenzen qua uitkomsten zijn (stelling 3), ontstaat gelijk een beeld van de VEV-bandbreedte die partijen kennelijk gezamenlijk acceptabel vinden en die bij de vaststelling van de kortetermijnrisicohouding betrokken kan worden. In een volgende blog gaan wij hier nader op in.


Sander GerritsenSander Gerritsen is Senior Consultant bij Willis Towers Watson. Hij is hoofd investment strategie in Nederland en als adviseur betrokken bij pensioenfondsen, verzekeraars en stichtingen.

E WalvischBart Weijers is Senior Consultant bij Willis Towers Watson. Hij is verantwoordelijk voor de actuariële advies dienstverlening aan pensioenfondsen in Nederland en adviseur en certificeerder bij diverse pensioenfondsen.

Categories: Nederlands, Risico's | Tags: , ,

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *